7 dagen.

We beginnen met een vrolijke dag, je bent lekker bezig, en dan gebeurt het onverwachte, je valt en komt op je heup terecht. De pijn is direct zichtbaar én hoorbaar en de vermoedens van een heupbreuk zijn daar.

Enigszins machteloos voel ik mij, ik troost je, hou je hand vast en ben er voor je terwijl we wachten tot de arts komt.

Je wilt niet meer naar het ziekenhuis dus we bereiden je kamer voor op comfortabel verblijf bij ons.

Ivm met de pijn en mogelijk schreeuwen sluiten we de kamerdeur en zijn andere bewoners naar de andere afdeling gebracht zodat jij je privacy hebt en de overige bewoners niet hoeven toekijken naar jouw pijn, want bezorgd zijn ze allemaal om je.

We tillen je met een flinke dosis pijnstillers met de tillift in bed . De arts bevestigd de gebroken heup en we gaan je dus comfortabel maken.

Het zogenaamde comfortbeleid wordt  gestart.

Tja wat is comfortabel, voor we dat écht een beetje bereikt hebben zijn er enkele dagen verstreken.

Je gaat met rasse schreden achteruit.

Je eet niet meer en drinken is minimaal, voor je comfort is er een katheter gekomen want ondanks de zware pijnstilling, heb je pijn bij het bewegen. Bewegen minimaliseren we, we knippen je kleding aan de achterzijde open zodat we ze over en om je heen kunnen drapperen zodat we je comfort iets kunnen borgen.

De sedatie wordt steeds hoger, je bewustzijn steeds lager. We zijn beland in jouw stervensfase.

Er wordt gepraat met veel familie over jouw einde, het einde dat onverminderd nadert. De emoties mogen er zijn, het ongemak is er samen met de machteloosheid.

Daar waar je altijd met een heel sterk karakter als constante aanwezig was, Heeft je lichaam het nu opgegeven.

Na 7 dagen is je levensvuur uitgeblust.

Waar ik dacht dat je de 100 nog met gemak ging halen, bracht het lot jou een andere toekomst.

We nemen afscheid van jouw leven, voor eeuwig en altijd.

Maar je herinnering is onuitwisbaar, je afwezigheid schreeuwt voorlopig nog even in stilte over de afdeling.

Rust zacht.