Mag ik jou een knuffel geven?

Een van onze bewoonsters was verdrietig, haar familie was geweest en daarna is het gat van gemis heel groot. Afscheid nemen, al is het maar voor een paar uur óf dagen is gewoon heel zwaar. Het alleen zijn zonder de mensen die haar dierbaar zijn om zich heen doet haar pijn. De komst van familie en vrienden laten haar dan ook écht genieten, dan zien we een vriendelijke lach met glinsterende gelukkige ogen…tot het afscheid bij de deur.

Na het afscheid zijn de tranen daar, we praten over hoe leuk het was, maar ook hoe jammer het is dat ze niet kunnen blijven.

Het ene moment waren het haar kinderen en kleinkinderen, het andere moment waren het haar broer en zus. Het tijdsbestek wisselde in haar emoties van volwassen moeder zijn naar zelf kind zijn.

Ze wilde graag naar haar moeder, die had haar nodig met hulp voor de kinderen die nu alleen zitten, en de tranen welden op.

Op mijn vraag of ze een fijne moeder had, knikt ze bevestigend en zegt ik mis haar. Ze kijkt mij aan en vraagt ” mag ik jou een knuffel geven?

Tja daar zeg je als zuster natuurlijk geen nee tegen, dus ik kreeg een knuffel en ik geef haar een knuffel terug en ze zegt, net als vroeger, dat mis ik.

Ik antwoord, die knuffel mag je zo vaak hebben als je hem nodig hebt.

De tranen wellen wederom op, maar ze zijn anders, het lijken meer tranen van een opluchting en berusting van wat er op dat moment is.

Ze gaat tevreden haar kopje koffie drinken en gaat zitten kleuren met een glimlach.