In de wijkzorg had ik met regelmaat de wijktelefoon mee. Dat was onze telefoon waar alle telefoontjes (noodgevallen, medicijndispencer, storingen en artsen of mantelzorgers en cliënten)op binnen kwamen en had je mee bij een verantwoordelijke dienst.
Soms kwam ik dan bij een licht dementerende cliënt die echt vond dat tijdens haar zorg, de aandacht voor haar alleen moest zijn en de rest van de wereld moest dan dus even op stil want die telefoon was het “kwaad”.
Haar argwaan richting de telefoon was groot.
Gelukkig was haar vertrouwen in mij groter dan dat in mijn telefoon dus altijd als ik de wijktelefoon had dan gaf ik dat aan voordat we aan het douchemoment begonnen.
Uiteraard werd ik dan geregeld ook gebeld tijdens haar zorg. Ook door collega’s en artsen voor collegiaal overleg.
Mijn cliënt had altijd door of er een collega belde of dat een cliënt belde.
Cliënten die belden had ze nog begrip voor, collega’s konden prima wachten in haar optiek…dus als ze het gesprek met collega’s te lang vond duren riep ze heel hard….ja kind is geboren!
Geloof mij…de eerste keer verbaas je je, de volgende keren vroeg ik dan “en wat is het geworden? Gevolgd door de vraag en was het een zware bevaling”
Nou dat waren heel wat kinderen door de jaren, jongens, meisjes, tweelingen(als het gesprek onverhoopt iets langer duurde) en zelfs drielingen of vierlingen….
En dat bij de 80+ dus je snapt wel dat ik heel erg blij ben dat het om allemaal denkbeeldige baby’s gaat…want anders hadden we denk ik een lokaal zorginfarct opgelopen.
Maar we hebben heel wat afgelachen in die badkamer met de bevallingen want mw wilde altijd weten hoe degene aan de telefoon reageerde

