De terminale fase.

Wanneer een bewoner of cliënt de allerlaatste fase van het leven in gaat noemen we dat de terminale fase.

De fase waarin een snel overlijden verwacht wordt.

Voor de een komt deze fase gelijdelijk, voor de ander komt deze fase als donderslag bij heldere hemel. 

Een cliënt of bewoner krijgt soms alles mee en heeft zelf de regie, in andere situaties ligt de regie door omstandigheden bij alle direct betrokkenen van zorg tot familie. 

Comfort wordt de basis. Meestal wordt dit al met pijnmedicatie (meestal morfine) geborgd. 

Pijn en benauwdheid zijn naar en als je zelf niet meer kan communiceren is het meest humane wat we kunnen doen de symptomen verlichten. 

Morfine verminderd het gevoel van benauwdheid en pijn. En ondanks dat het gevoel daar niet meer is, maakt het helaas niet meer beter. Daarentegen zorgt het ook niet dat het proces naar overleiden versneld wordt, het is dus niet levens verlengend, maar het verkort het leven ook niet.

Het is dus puur en alleen een comfort medicatie.

Morfine wordt gegeven op diverse manieren, maar vaak subcutaan, oftewel via een kleine injectie door de huid of via een zogenaamd vleugelnaaldje.

En dan kan er handmatig toegedient worden, maar ook is een speciaal automatisch pompsysteem een mogelijkheid, deze laatste zie je vooral in de thuissituatie.

Een cliënt of bewoner wordt veelal passief en zorg wordt volledig over genomen. Zorg bestaat uit het noodzakelijke.

– Mondzorg met speciale vochtig    blijvende mondgel.

– zorg van de intieme zone voor passende hygiëne

– een zachte verzorgende wasbeurt. En een verzorgd ogende uitstraling.

– indien nodig schone kleding.

– en uiteraard indien nodig een comfortabel schoon bed.

Een bewoner of cliënt slaapt veel, waarschijnlijk door de zorg heen. 

Krijgt in beperkte mate dingen mee en gaat langzaam of snel, steeds verder het veranderende stervensproces in. Het gelaat word slanker, de ogen lijken ingevallen, de neus wordt slank en spits, de kleur wordt grauwer, iemand krijgt hoge koorts, donkere vlekken en een klamme huid, iemand gaat ruiken en borrelende snurkende geluiden maken.

Iemand blijft zo comfortabel mogelijk tot het lichaam het echt opgeeft.

Soms is er naast pijn ook een stuk onrust en angst. De onrust is beangstigend en belemmert het comfort, en daarom krijgen sommige mensen ook medicatie voor de onrust, dat kan varieren van rustgevende medicatie tot palliatieve sedatie indien de onrust ernstige vormen aanneemt. Bij palliatieve sedatie wordt iemand kunstmatig in slaap gebracht en dit is echt enkel indien noodzakelijk, vaak kan het proces zonder. Hierdoor is iemand niet meer bij bewustzijn en krijgt dus eigenlijk niks meer bewust mee.

Eventueel eten en drinken stopt vaak al vroeg in de terminale fase, daar waar eerst nog enkele happen gegeten worden, stopt het eten al snel helemaal.

Mensen stoppen met eten omdat er geen honger meer is, het lichaam stopt langzaam de werking van de darmen en nieren. Er komt steeds minder tot geen ontlasting meer en steeds minder tot geen urine meer.

De terminale fase kent helaas geen tijd, die kan weken tot uren duren.