Daar kwam ik dan bij mijn cliënt.
Mijn cliënt was al op en stond in de deuropening het bed netjes te maken.
Netjes in de kleren, bijna klaar voor de dag.
De partner was inmiddels een tijdje niet meer onder ons en dat valt mijn cliënt heel zwaar. En toch gaat het leven langzaam door. En mijn cliënt moet weer mee.
Rouw=rauw!
Ik stel een vraag, die je eigenlijk vaak beter niet stelt aan rouwende mensen, namelijk hoe het gaat…. niet omdat je de vraag niet wilt en moet stellen, maar momentum en tijd mogelijkheden beperken de keuze tussen wel of niet.
In de zorg kan hier lang niet altijd bij stil gestaan worden, eventjes lukt dat, maar echt stilstaan bij dat wat is, dat is eigenlijk nauwelijks mogelijk en wordt vaak als een mantelzorg of psychologenzorg beschouwd.
Vaak is het advies dus…geen uitlokkende vragen stellen, die leiden tot verdriet en langere zorgvraag wanneer je de ruimte niet hebt….ik heb de ruimte dus…ik besluit hem toch te vragen.
Uiteraard schiet mijn cliënt vol en de waterlanders vloeien glanzend over de wangen. Mijn cliënt breekt.
Dus ik besloot de tijd te nemen voor mijn cliënt, die tijd kon ik op dat moment maken.
Ik luisterde, hand in hand zaten we aan tafel, ik bood troost, gaf erkenning voor wat er gevoeld werd en liet mijn cliënt praten. De verhalen van toen, de belevenissen en de frustraties de levenslange samenwerking tussen hun, waar alles samen ging, stond mijn cliënt nu alleen, weinig netwerk, vol angsten en vol gemis, moest mijn cliënt verder en enkel de troost dat de partner op mijn cliënt zou wachten houd mijn cliënt overeind.
We praten en mijn cliënt zegt, ik kan niet zonder mijn partner. Mijn partner wacht op mij.
Na erkenning zeg ik dat de partner geduldig is, die wacht op de mooie verhalen die jij komt vertellen als je je partner weer ziet.
Hoe pijnlijk ook, laat de tranen maar stromen en die liefde troost bieden om nog even door te gaan. Ik kijk haar aan en zeg “Je mag echt nog even genieten van het leven hier en nu”.
Mijn cliënt kijkt mij aan, pakt mij zacht bij mijn gezicht, legt haar hoofd tegen mijn hoofd, zegt dankjewel en vraagt vervolgens….waar heb jij geleerd zo liefdevol te steunen en te praten.
Het enige antwoord wat ik daar op geef, is dat ik spreek van mens tot mens.
En als mens ben je het waard om te genieten van het moois dat het leven geeft ondanks dat het soms flink kan tegenzitten.
En mijn cliënt….die kon weer even lachen, was klaar voor de dag, en zag het leven weer wat zonniger.
Soms is zorg niet een pleister of een washand, soms zijn je hart en je woorden echt voldoende.

